Wanneer is een digitale innovatie klaar voor gebruik?

Wanneer is een digitale innovatie klaar voor gebruik?

17 min. leestijd

Louis

Louis Zantema

18 februari 2020

Louis is GZ-Psycholoog met een grote passie voor gaming. Een speltraining die therapie biedt is het meest waardevolle wat je dan kunt ontwikkelen: juist voor pijnklachten, die zich op het interessante snijvlak van lichaam en geest bevinden. Zijn streven is zichzelf als therapeut overbodig te maken.

Digitale innovaties voor onze gezondheid zijn er veel en kunnen relatief snel toegepast worden. Ook Reducept krijgt regelmatig de vraag of het niet te snel al beschikbaar is. Wat zijn de regels en risico’s?

 

Wat is een digitale innovatie voor gezondheid?

Goed om eerst bij stil te staan, waar hebben we het over? De digitale innovaties voor gezondheid waar ik het in dit artikel over heb, zijn programma’s die gebruik maken van moderne technologie. Daarnaast zijn het programma’s die de gezondheid willen bevorderen, zonder iets toe te dienen of in te brengen in het lichaam. 

Dan hebben we het vooral over apps op smartphones, smartwatches en in het geval van Reducept, een app voor Virtual Reality.

Wat zijn de risico’s?

Laat ik beginnen met de risico's. Het grootste risico is dat er niet onderzochte toepassingen uitkomen, die mensen daadwerkelijk schaden. Waar moeten we dan aan denken? Misschien een fitness app die bij een te hoge hartslag aanmoedigt even bij te zetten, of een mindfulness app die tot waanbeelden leidt…? 

Een ander risico is dat een interventie ‘niet werkt’. Dat er onvoldoende onderzoek naar gedaan is, maar de innovatie al wel in gebruik is. Terwijl anderen het wel toepassen. 

Aan beide zaken wordt gedacht. 

digital-innovation-ready-to-use

Regulering van buiten

Het eerste risico wordt zo goed mogelijk afgedekt door ‘externe partijen’. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor het afleveren van een schadelijk product. Voordat een applicatie gericht op het verbeteren van de gezondheid beschikbaar kan komen op een platform (Apple store, Google play of de Oculus Store) wordt het dan ook uitvoerig getest door deze ‘distributeur’. 

Daarnaast is er wet- en regelgeving die moet voorkomen dat schadelijke digitale producten beschikbaar komen. Naast reguliere wetgeving, zijn er certificeringen te behalen waarmee bedrijven kunnen aantonen aan bepaalde regelgeving te voldoen. 

Meestal liggen bij digitale producten zich richten op gezondheidswinst de risico’s niet op het gebied van schade. Een digitaal product is non-invasief, en daarmee snel minder schadelijk. Daarnaast is het zo, dat bedrijven (zoals Reducept) vaak de ontwikkel- en testgeschiedenis van hun product kunnen laten zien. 

 

Maar wat als het niet werkt?

Een tweede risico, is dat een innovatie niet werkt - of nog niet goed werkt. Dat is een grijzer gebied. Het is niet verboden om digitale producten op de markt te brengen die niet werken (of het verstandig is, is wat anders…). 

Daarnaast kun je als bedrijf uiteraard goed kijken waar je in je innovatie aansluit bij de huidige standaard van bepaalde zorg. Als we Reducept als voorbeeld noemen, maakt Reducept gebruik van pijnkennis volgens twee belangrijke standaarden. ‘Explain pain’ van Moseley, en de richtlijnen voor digitale educatie volgens IASP. De strategieën die in Reducept worden toegepast, zijn vertalingen van oefeningen die ik in mijn klinische praktijk al jaren toepas met patiënten. Die oefeningen komen weer uit behandelstromingen waar al jaren onderzoek naar wordt gedaan. De combinatie is daarmee vernieuwend (meerdere oefeningen en educatie aanbieden in VR), maar de kennis en principes bestaan al langer. 

Naast een basis in zowel wetenschap als de klinische praktijk, kun je als bedrijf uiteraard besluiten onderzoek naar jouw innovatie te stimuleren. Bij Reducept vinden we onderzoek ontzettend belangrijk, en stimuleren we het doen van onderzoek naar onze applicatie. Om de resultaten bijvoorbeeld te vergelijken met vergelijkbare zorg die ‘niet-digitaal’ geleverd wordt.

De beste regulering die uiteindelijk plaatsvindt, is die van ‘de markt’. Je kunt nog zoveel marketing doen, als een product niet werkt wordt het uiteindelijk niet gebruikt en zal het rondgaan. Sluit je product wel aan bij een bepaalde doelgroep, dan zal uit de adaptatie en feedback blijken op welke manier het ingezet wordt en met welke resultaten. Dat heeft misschien niet de nauwkeurigheid van ‘wetenschap’, maar is in mijn ogen de belangrijkste feedback. De feedback van de behandelaars die daadwerkelijk werken met mensen die pijn hebben, en de vooruitgang die zij boeken in behandeling.

digital-innovation-professionals

De noodzaak van digitale innovaties - wat is het alternatief?

Een ander punt dat vaak aangehaald wordt, is dat digitale alternatieven hard nodig zijn. De bevolking vergrijst en het aantal zorgverleners per patient neemt de komende jaren drastisch af. Dat is geen reden om halsoverkop allerlei innovaties te starten, er moet zeker sprake van een veiligheid en regulatie. Wel maakt het de behoefte aan innovaties groter en zullen innovaties sneller geïmplementeerd (moeten) worden dan voorheen. De vraag van de markt neemt toe.

De snelheid van de digitale wereld

Soms krijgen we terecht de vraag of het niet beter zou zijn om eerst meer onderzoek te doen, en dan te implementeren. Dat is uiteindelijk een keuze die iedereen voor zichzelf moet maken. Onze passie ligt bij het innoveren in de digitale gezondheid en vertalen van behandelmethodes naar een heel nieuw format. De veranderingen in de digitale wereld gaan snel. Zo snel, dat de ‘traditionele manier’ van bewijslast vormen niet werkt. Behandelaars die Reducept gebruiken, zien regelmatig updates, wijzigingen, toevoegingen en zelfs nieuwe train-onderdelen verschijnen. Daarnaast zal ook Virtual Reality over een aantal jaren een flinke upgrade krijgen en misschien wel overgaan naar Augmented Reality. Het vraagt om een andere aanpak, ook in onderzoek. Want bewijzen met een aantal grote onderzoeken dat Reducept versie 1.0 in VR werkt, wat zegt dat over Reducept versie 5.0 een nieuwe versie van VR? 

Voor dat laatste punt werken we, naast klinische onderzoekers, dan ook samen met data-onderzoekers. Om ook bij veranderingen en updates continu in de data te kunnen bijhouden welke veranderingen zich voordoen en welk effect dat heeft. 

Want misschien is dat nog wel het belangrijkste. Ook onze wijze van onderzoeken en ‘bewijslast verzamelen’ een upgrade geven. 

Deel dit artikel